Overwegingen om te weten over slotenmaker Malle

Ten zuiden daarvan werd voor tien ‘haertsteeden’ aangeslagen: ‘Adriaen den Dorst Indt Vlyes’. Deze dreef ons herberg, die met de historie met Delft indien 't ware kan zijn samengevlochten. Dat gold verder sinds zij in een ‘sociëteit’ werd herschapen.

Dit betekent op zich alleen ook niet veel, maar identiek verschijnsel, vermindering der stookplaatsen, is in al een kwartieren waargenomen, ook in de aanzienlijkste woningen. Ten einde een druk der belasting aangaande het haardstedengeld zoveel geoorloofd te verlichten, zal men algemeen hebben verwijderd wat niet aangewend werd of overbodig was, een maatregel, welke ook in later tijd via belastingplichtigen in praktijk placht te gebracht worden.

Dit deel met een Gasthuisstraat tot een Molstraat aan een Koornmarkt behoorde tot het 9e kwartier. Soutendams wandeling begon hier voor brouwerij ‘De Clauw’ op een hoek met de toenmalige Gasthuissteeg, die later in ons plateelbakkerij werd herschapen.

Aan de overzijde betreffende een Turfmarkt tussen de Gasthuislaan en een Molslaan waren weer verscheidene uithangtekens en gevelstenen. Vooreerst die over de huizinge ‘Een Verkeerde Werelt’ (met mouterij) [in 1882 stond daar alsnog ons branderij betreffende welke titel]

Bedrieg ik mij niet, vervolgens is het huis één over een weinige, waarvan uit een gevelsteen stellig blijkt, het het na een grote dupliceert aangaande 1536 is gemaakt. In een legger is dit aangeduid wanneer het huis ‘Inden Ancker’.

Wandelend van een Choorstraat aan de Hippolytusbuurt telde men met de oostzijde der ‘Pooltjesbuurt’ veertien huizen, waarin woonden: ons tinnegieter; ons zekere Mathijs Augustijnsz. betreffende Cromvliet, ons particulier die er ons dienstmaagd op nahield, welke opgaf dat dit woonhuis met haar meester vijf haardsteden bevatte; een lijndrager; ons goudsmid; ons bruidstaart; ons ‘cruyenierder’, die tegelijk goudsmid was en de brouwer Hendrick Fransz. Duyst Van Voorhoudt, welke met 2 ketels en 2 eesten werkte en tevens dit ambt betreffende stadsthesaurier bekleedde, het jaarlijks op een ander overging.

Uit ons stroom aangaande gelekte onthullingen in de media ontstaat nu een sterke indruk, dat het Rob Scholte Museum ongewild en bijzonder onterecht een speelbal is geworden met de ambities en machtspolitiek van de verantwoordelijke wethouders, welke bovendien hun pijlen ook in persoonlijke zin focussen op de schilder alleen, Rob Scholte, en in de social media zelfs misplaatste grappen vervaardigen aan diens invaliditeit.

De Visch, mede door een Vissteeg, welke tot de brouwerij vernoemd is, en De Oyevaer dankzij een sluitsteen van ons poortje in diezelfde steeg waarop ons afbeelding is te gadeslaan aangaande deze destijds in Delft zeer populaire vogel.

Een ‘plumassier', of vederman zorgde vanwege een veren op de hoeden der heeren, zowel in krijgsdos indien in burgergewaad. Een ‘passementswerker’ was persoon welke versierde banden, omzomingen en randen met kledingstukken, hoeden ofwel meubelbekledingen vervaardigd.

). Heel wat achternamen die op man eindigen, hebben hun oorsprong te danken aan ons festival dat een der voorouders uitoefende.

Antwoorden Tevens al woon ik alang geruime tijd ook niet meer in Den Helder, het is alsnog almaar een regio die behoefte heeft met een museum als dat met Rob Scholte. hier Een gehele gemeenteraad zou een dergelijke initiatief enthousiast behoren te omarmen.

, in navolging aangaande hetgeen over Desiderius Erasmus werd gezegd. Moge in 1883, indien het derde eeuwfeest aangaande 's mans geboorte gaat geraken gevierd, het besluit blijven, het te middelpunt betreffende de in Latium's taal Delphi Batavorum genoemde stad, een monument zal verrijzen die een door Vondel ingeval ‘wijs’ bezongen Delvenaar volkomen waardig moge bestaan!

Een ‘Stadts Wage’ stond voor ‘memorie’ genoteerd. Een bovenverdieping werden bewoond door  iemand die twee haardsteden aangaf. Die aangifte is echter doorgehaald, vermoedelijk omdat deze onder een vrijdom van het haardstedengeld viel.

.Vijf huizen van een Oostpoort was aan deze zijde over het Oosteinde het voormalige St. Agnieten- ofwel Agnitaconvent. Dit was begin 17e eeuw de verblijfplaats over Franchoys Spierincx, de ‘tapisschier’ of vervaardiger aangaande tapijten behangsels, ons omvangrijk schilder in bestaan ambacht.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Overwegingen om te weten over slotenmaker Malle”

Leave a Reply

Gravatar